Door: Alisa Meijvogel, Elise Prins

Informatie over de taal Malinke/Maninka/Eastern Maninkakan
Let op: verwar niet met Mandinka!

0. Praktische informatie voor taalonderzoek


Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer

Malinke en Nederlands zijn twee talen met verschillen op een groot aantal vlakken. Hierdoor kunnen sprekers van het Malinke die Nederlands leren problemen ervaren in de taalproductie op het gebied van de fonologie, morfologie en syntaxis als gevolg van transfer. Als deze problemen in het Nederlands worden geconstateerd, hoeft dit dus geenszins op een taalontwikkelingsstoornis te duiden.

Fonologie
Uitspraak
Malinke bevat 7 vocalen en 19 consonanten. Bij de uitspraak hiervan worden sommige medeklinkers nasaal uitgesproken wanneer ze volgen op een nasale diftong. Als gevolg van transfer kunnen kinderen in het Nederlands te vaak nasale consonanten gebruiken. Zij maken bijvoorbeeld van een /b/ een /m/ of van een /l/ een /n/.
Het Malinke maakt veel gebruik van toonhoogteverschillen (hoog en laag).

Syllabestructuur
De lettergrepen in de woorden van het Malinke en de woorden zelf hebben een open structuur. Ze eindigen altijd op een klinker. Dit is verschillend met het Nederlands. De volgende structuren komen in het Malinke voor: CV, V, CVV.
Veel woorden in Malinke bestaan over het algemeen uit één of twee lettergrepen en zijn daarmee gemiddeld korter dan Nederlandse woorden. Dit heeft te maken met de toon die aan de woorden wordt toegevoegd.

Morfologie
Vervoegingen en verbuigingen
Malinke is een morfologisch arme (isolerende) taal die weinig verbuigingen en vervoegingen kent. Kenmerken voor persoon en getal worden vaak in een los woord aangegeven en niet in een vervoeging van het werkwoord of zelfstandig naamwoord. Als gevolg van transfer heeft een spreker van het Malinke waarschijnlijk problemen met vervoegingen en verbuigingen in het Nederlands.
Er wordt wel gebruik gemaakt van een aantal suffixen in de verbuiging van een zelfstandig naamwoord om meervoud, nadruk of een ja/nee-vraag uit te drukken.

Lidwoorden
Malinke kent geen lidwoorden. Finietheid wordt in het Malinke weergegeven door toonhoogtepatroon en niet in een los woord.

Syntaxis
De standaard woordvolgorde in Malinke is S-O-V (subject-object-verb). Dit is dezelfde woordvolgorde als in de Nederlandse bijzinnen. Het Malinke geeft met een los woord (markeerder) in de zin informatie over bijvoorbeeld tijdsaspecten van het werkwoord.

Pragmatiek
Geen transferfouten bekend op het gebied van pragmatiek

Vragenlijst in relatie tot problemen in het Nederlands.
Wanneer op deze vragen vaak 'ja' wordt geantwoord, is er mogelijk sprake van negatieve transfer vanuit het Malinke.

Fonologie
  • Produceert het kind te vaak nasale consonanten op voor het Nederlands ongewone plaatsen?
  • Vergeet het kind vaak de laatste consonant van een syllabe uit te spreken?
  • Maakt het kind gebruik van een voor het Nederlands vreemde toonhoogte?

Morfologie
  • Maakt het kind weinig gebruik van verbuigingen en vervoegingen in zijn/haar gesproken taal?
  • Maakt het kind fouten in het vervoegen van werkwoorden naar persoon en getal?
  • Maakt het kind fouten in het produceren van lidwoorden? (Laat het kind vaak lidwoorden weg)

Syntaxis
  • Heeft het kind moeite met de woordvolgorde in het Nederlands?

Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-kenmerken

Om u behulpzaam te zijn bij het onderscheiden van geproduceerde fouten in het Nederlands naar mogelijke oorzaak, is onderstaande vragenlijst per talig kenmerk (fonologie, morfologie, syntaxis en pragmatiek) opgesteld. Voorzichtigheid bij de analyse van taalproducties aan de hand van deze vragenlijst is geboden; de vragen vormen slechts een leidraad om NT2-fouten globaal van TOS-fouten te onderscheiden. De verkregen informatie dient als eerste indicatie voor de aanwezigheid van een taalontwikkelingsstoornis.

Onderstaande vragen kunnen aan ouders/tolken gesteld worden om te achterhalen of het kind bepaalde TOS-kenmerken vertoont.

Vragenlijst in relatie tot problemen in het Malinke.
Wanneer hier vaak 'ja' op wordt geantwoord, is er mogelijk sprake van een TOS.

Fonologie
  • Heeft het kind in het Malinke moeite met het produceren van bepaalde klanken, terwijl dat niet meer verwacht wordt op zijn of haar leeftijd?

Syntaxis
  • Laat het kind het onderwerp vaak weg in de zin?

Pragmatiek
  • Maakt het kind weinig oogcontact, is het verminderd wederkerig en heeft het zwakke communicatieve vaardigheden in de moedertaal?

Naar boven

1. Algemene informatie


Malinke wordt meestal beschreven als een verzamelnaam van dialecten die bij de Mande-tak van de Noordelijke Mandetalen horen. Deze taaltak valt onder de Niger-Congo talen. De taal wordt vooral gesproken in het gebied waar de Niger de grens van Guinee met Mali over gaat. Verwante vormen uit dezelfde tak zijn Bambara, Jula, Konyanka en Khassonké. Al deze talen hebben een lexicale vergelijkbaarheid van rond de 80% (Long, 1971), en hierdoor worden deze talen vaak als ‘dialect-chain’ weergegeven en niet als aparte talen. Het komt echter vaak voor dat sprekers van deze dialecten elkaar niet verstaan, mede door de grote geografische distributie. De sprekers zelf noemen hun taal Maninka, Maninga of Maninkakan,in Europa worden de termen Malinke en Eastern Maninkakan vaker gebruikt. Maninka is de meest gebruikte term voor de taal. De term Malinke zorgt voor veel verwarring, aangezien het een etnische groep, een talengroep en soms een losse taal aanduidt. Belangrijk is dat de taal niet verward wordt met Mandinka (een taal uit Senegal, Gambia en Guinee-Bisau).

Malinke is de moedertaal van de Malinké people, die voor het grootste deel in Noordoost-Guinee, Zuid-en West-Mali, Oost-Senegal en Noord-Ivoorkust wonen. Er zijn tellingen uit 1991 (de cijfers zullen nu anders liggen) die duiden op 541,200 sprekers van Malinke in Mali, 258,500 sprekers in Senegal, 639,600 in Ivoorkust en 1,816,500 in Guinee (Vanderaa, 1991; Grimes, 1992). Een nieuwere telling uit 2012 komt uit op een sprekersaantal van 3,300,000 sprekers in Guinee en zo’n 3,5 miljoen sprekers in totaal. Malinke wordt ook in sommige delen van Liberië en Sierra Leone gesproken, maar daar heeft het geen officiële status.

Namen die tevens verschijnen in (de weinige) literatuur over Malinke zijn Konyanka, Kuranko, Sankaran, Wassalunka, Wurekabakan, Maninka of Kita en Maninka of Kankan. Deze kunnen gezien worden als dialecten, waarbij in ieder geval bekend is dat Maninka of Kankan een prestigieuzere vorm betreft. De dialecten en verwante ‘talen’ hebben qua woordenschat veel gemeen, maar qua grammatica en fonologie minder. Zo hebben de westelijke dialecten (bijv. Khassonké) een klinkersysteem met vijf klinkers, terwijl de oostelijke dialecten (bijv. Wassulunké, Bambara en Guinees Malinke) een klinkersysteem hebben met zeven klinkers (Bird, 1982). Een ander voorbeeld van de verschillen tussen de dialecten is het volgende:
In Malinke of Kankan zou de volgende zin ‘Je moet de deur niet open doen’ betekenen:
I ka da laka de!
You MUST-NOT door open EMPH
In het dialect Malinke of Kita en buurtaal Bambara geeft [ka] echter geen verbod weer, maar een verplichting (je moet de deur open doen). Dit laat zien dat ondanks een overeenkomst in woordenschat, een verschil in grammaticale markers ervoor kan zorgen dat men elkaar niet begrijpt.

Naar boven

2. Specifieke informatie


Fonologie
De lettergrepen in de woorden van het Malinke en de woorden zelf hebben vrijwel altijd een open structuur; dat wil zeggen: ze eindigen vrijwel altijd op een klinker. Dit is verschillend met het Nederlands. Er zijn vier mogelijkheden voor een lettergreep in Malinke: 1) medeklinker-klinker (CV), 2) klinker (V), 3) (medeklinker)-klinker-klinker ((C)VV), waarbij de twee klinkers dezelfde zijn en 4) uitzonderingen door samenstellingen.

a. Consonanten
Malinke heeft een consonantsysteem dat 19 medeklinkers bevat. Deze zijn weergegeven in de volgende tabel:
Bilabiaal
Dentaal
Palataal
Velaar
Labiaal-velair
Glottaal
p
t

k


b
d
j

gb

f
s




m
n
ɲ
(ɳ)
(ɳw)


l/r
y

w
h
De klanken tussen haakjes zijn de nasale allomorfen van de bijbehorende approximanten; deze worden gebruikt wanneer er een nasale klinker in de lettergreep zit.

b. Klinkers
Malinke heeft zeven klinkers /i e ɛ a ɔ o u/; die aangevuld worden met zeven nasale diftong-versies daarvan. Wanneer een klinker nasaal wordt uitgesproken wordt er in de orthografie een /-n/ achter de klinker geplaatst. Uiteindelijk zijn er dus 14 klinkervormen.
klinkers.png

Figuur 1: klinkers in Malinké. Elke klinker kan langer en nasaal gemaakt worden. In dat geval wordt er in schrift een /-n/ achter geschreven.

c. Nasaliteit
In Malinke worden sommige medeklinkers nasaal als ze volgen op een nasale diftong. Een /p/ of /b/ wordt mp/mb, een /t/ of /d/ wordt nt/nd, een /k/wordt n ken een /j/ wordt nj; enzovoorts.

d. Tonen
Er zijn twee tonen die belangrijk zijn in Malinke; hoog en laag in combinatie van stijgend en dalend toonhoogtepatroon. Definiete zelfstandignaamwoordgroepen worden aangeduid met een dalende ‘floating tone’, iets dat vaker voorkomt in Afrikaanse talen. /kɔ̀nɔ̀/ (LL) betekent ‘een vogel', /kɔ̀nɔ᷈/(LLHL) betekent 'de vogel'.
Verder is er in deze taal een toon dissimilatieproces dat voorkomt bij objecten van transitieve werkwoorden en preposities. Deze dissimilatie komt niet voor bij subjecten van (in)transitieve werkwoorden (Spears, 1967).

Morfologie
Net als andere Mande-talen is Malinke voor het grootste deel een isolerende taal met weinig morfologie. Informatie over personen en tijden wordt vaak in een los woord aangegeven en niet in een zelfstandig naamwoord of werkwoord verwerkt zoals in het Nederlands soms gebeurt. Er zijn enkele uitzonderingen: er zijn een paar suffixen die wel op een zelfstandig naamwoord passen. /-lu/ voor meervoud, /-le/ voor nadruk, en /-baa- voor een ja/nee-vraag.

In de werkwoorden is ook niet veel morfologie te vinden. Af en toe komt het voor, bijvoorbeeld in het voorbeeld van het morfeem ma dat‘op, tegen’ betekent. Wanneer dit in het werkwoord tɛ ‘schoonmaken’ wordt gebracht, betekent het werkwoord matɛ ‘een oppervlak schoonmaken’. Wanneer het in het werkwoord bírí(n) ‘buigen’ wordt geplaatst, betekent het werkwoord mabírí(n) ‘ombuigen’.

Veel woorden in Malinke bestaan over het algemeen uit één of twee lettergrepen en zijn daarmee gemiddeld korter dan Nederlandse woorden. Dit heeft te maken met de toon die aan de woorden wordt toegevoegd.

Syntaxis
De standaard woordvolgorde in Malinke is S-O-V (subject-object-verb). Dit is dezelfde woordvolgorde als in de Nederlandse bijzinnen, maar in de hoofdzinnen verschilt het dus. Zoals gezegd geeft het Malinke niet veel informatie weer op het werkwoord of zelfstandig naamwoord zelf, maar worden er losse woorden in de zin gebruikt. Een voorbeeld zijn tense-aspect markers die informatie geven over de tijd en aspect van het werkwoord. Deze verschillen lichtelijk door de dialecten heen. Door een van deze markers in de zin te plaatsen, kan duidelijk worden of het gaat om een verplichting, een verbod, een afgeronde gebeurtenis of een gebeurtenis die nog moet plaatsvinden.

markers.png
Figuur 2: tijd-aspect markeringen in meerdere soorten Malinké.

Schrift
In Guinea wordt Malinke geschreven in een eigen alfabet (The Guinean Languages Alphabet), dat gebaseerd is op het Latijnse alfabet. Tevens wordt Arabisch schrift gebruikt en het N’Ko script. Dit laatste is een schrift dat van rechts naar links leest en de tonen op de klanken weer kan geven.

Naar boven

3. Taalverwerving

Er is helaas geen onderzoek gevonden naar de taalontwikkeling bij kinderen die Malinke spreken. Informatie over de verwervingsvolgordes is dan ook niet bekend.

Naar boven

4. TOS in deze taal

Er is helaas geen onderzoek gevonden naar specifieke taalontwikkelingsstoornissen in deze taal. De taal is door enkele onderzoekers gedocumenteerd, vooral in de context van mogelijke Bijbelvertalingen voor de inwoners. Diepgaander onderzoek over bijvoorbeeld kindertaalontwikkeling is echter naar mijn weten (nog) niet verschenen.

Naar boven

5. Gebruikte literatuur


Bird, C.S. (1970). The development of Mandekan (Manding): A study of the role of extra-llinguistic factors in linguistic change. Language and History in Africa, David Dalby, 146–159. London: Frank Cass and Co.
Ethnologue: Maninkakan, Eastern: a language of Guinea, 2013. http://www.ethnologue.com/language/emk
The Maninkakan Dictionary. Linguistic Data Consortium. University of Pennsylvania. December 2013.
Long, R.W. (1971). A comparative study of the northern Mande languages. Ann Arbor: University Microfilms.
Camara, M. (1999). Parlons Malinké.
Oyler, D.W. (2005). The History of N’ko and its Role in Mande Transnational Identity: Words as Weapons. Africana Homestead Legacy Publishers.
Spears, R. (1972). A typology of locative structures in Manding languages. Communicative au congrès d’études Manding. London: School of Oriental and African Studies.
Sullivan, T.D. (2004). A preliminary report of existing information on the Manding languages of West Africa: summary and suggestions for future research. SIL Electronic Survey Reports 2004-005. 1-34. SIL International.
Tillinghast, T. & Liebrecht, M. (1996). Report of a linguistic survey on the Malinké of Western Mali and Senegal, with special regard to the Malinké of Kita. Société Internationale de Linguistique (S.I.L.), B.P. 2232- Bamako, Rep. du Mali.
Vydrine, V. (1999). Manding–English Dictionary (Maninka, Bomana). Dimitry Bulanin Publishing House. Via: Google Books.

Naar boven

Bird, C.S. (1970). The development of Mandekan (Manding): A study of the role of extra-llinguistic factors in linguistic change. Language and History in Africa, David Dalby, 146–159. London: Frank Cass and Co.
Ethnologue: Maninkakan, Eastern: a language of Guinea, 2013. http://www.ethnologue.com/language/emk
The Maninkakan Dictionary. Linguistic Data Consortium. University of Pennsylvania. December 2013.
Long, R.W. (1971). A comparative study of the northern Mande languages. Ann Arbor: University Microfilms.
Oyler, D.W. (2005).
The History of N’ko and its Role in Mande Transnational Identity: Words as Weapons. Africana Homestead Legacy Publishers.
Spears, R. (1972). A typology of locative structures in Manding languages. Communicative au congrès d’études Manding. London: School of Oriental and African Studies.
Sullivan, T.D. (2004). A preliminary report of existing information on the Manding languages of West Africa: summary and suggestions for future research. SIL Electronic Survey Reports 2004-005. 1-34. SIL International.

Tillinghast, T. & Liebrecht, M. (1996). Report of a linguistic survey on the Malinké of Western Mali and Senegal, with special regard to the Malinké of Kita. Société Internationale de Linguistique (S.I.L.), B.P. 2232- Bamako, Rep. du Mali.